Open Source integratie specialist

Wat is Open Source

Samenwerken ego's leidt tot innovatiekracht

Inleiding in Open Source software

Open Source software (ook wel open bron software) is computerprogrammatuur waarvan de broncode in te kijken en te veranderen is. De term werd in 1998 bedacht om een specifieke Open Source ontwikkelmethode mee aan te duiden. Deze ontwikkelmethode gaat er vanuit dat de broncode van software beschikbaar gesteld wordt. Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd om een programma aan te passen door eenieder die de kennis heeft om de broncode te begrijpen.

Bij commerciële software is de broncode bedrijfsgeheim

Bij de meeste commerciële software is de broncode bedrijfsgeheim / eigendomscode: de gebruiker 'koopt' of 'huurt' een programma en gebruikt dat. Indien de software aangepast moet worden zijn de mogelijkheden vaak beperkt. Meestal moet men namelijk naar de leverancier van de originele software om de executable aan te passen. Dit noemt men maatwerk. Open Source software voorkomt de verkoper-lock-in van een enkele softwareproducent. Open Source software geeft de vrijheid om eenvoudig van software te wisselen als de producent stopt met de verkoop, de prijs voor het product verhoogt, veranderingen aan de software aanbrengt of veranderingen in de licenties van de software doorvoert naar een minder acceptabele vorm.

Bij Open Broncode is de macht aan de gebruiker

Indien gekochte software Open Source is, heeft degene die deze software gekocht heeft de beschikking over de broncode. Hiermee is het aan de koper van software (en niet meer aan de verkoper) om aan te geven of en hoe de software aangepast moet worden. En uiteraard is het dan ook aan de koper om verschillende aanbiedingen en aanbieders te vergelijken.

De originele verkoper/ontwikkelaar heeft als zwaarwegend argument bij een onderhandeling dat de benodigde ervaring en kennis voor de gewenste aanpassing bij hem/zijn organisatie beter aanwezig is. Andere aanbieders zullen een zware taak hebben om op een vergelijkbaar niveau van kennis, kunde en/of ervaring te komen.

De klant/koper is degene die het bewijs van deze kennis, kunde en ervaring kan afdwingen. Hij/zij is niet meer gebonden aan de originele leverancier en dus minder afhankelijk van keuzes die ooit in het verleden gemaakt zijn.

Free software, gratis en vrijheid

Daarnaast is er heel veel goede Open Source software beschikbaar die zelfs zonder licentiekosten ter beschikbaar wordt gesteld, deze wordt ook wel Free Software genoemd; waarbij 'Free' een dubbele betekenis heeft als in Freedom (Vrijheid) en Free beer (Gratis).

Open Source is een cultuur

In tegenstelling tot meer gecentraliseerde modellen van ontwikkeling zoals die meestal gebruikt worden door softwareontwikkelaars is het Open Source model een cultuur. Deelnemers aan zo'n cultuur mogen aan de broncode veranderingen doorvoeren en deze ook vrij terugleveren aan de gemeenschap.

Voor de dagen van het goedkope Internet waren er al wat geografisch dicht bijeengelegen gemeenschappen waarin een ontwikkelaar makkelijk een groot aantal geschoolde toeschouwers en medeontwikkelaars kon aantrekken. Bell laboratorium, het MIT AI laboratorium, de universiteit van Califoria Berkeley werden de thuishaven voor innovaties die legendarisch zijn en tot op de dag van vandaag potentie hebben.

Linux gebruikt de hele wereld als bron van talenten

Linux was het eerste project dat een succesvolle poging deed om de hele wereld als haar bron van talenten te gebruiken. Linux ontgroeide de kinderschoenen gedurende dezelfde periode in 1993-1994 die getuige was van de algemene interesse in het Internet. Linus was de eerste mens die leerde hoe je het spel moest spelen volgens de nieuwe regels die mogelijk werden door het zich doorzettende Internet.

Alhoewel goedkoop Internetten een noodzakelijke randvoorwaarde was voor het Linux model om zich te ontwikkelen, was er nog een noodzakelijke randvoorwaarde. De ontwikkeling van een leiderschapsstijl en een stelsel van gebruiken rond samenwerking die ontwikkelaars in staat kon stellen mede-ontwikkelaars aan te trekken en die zo het maximale uit het medium halen.

Samenwerkende ego's leidt tot ongekende innovatiekracht

Deze "aanzienlijke inzet van vele samengebalde willen" is precies wat is vereist voor een project als Linux - en het "principe van commando" is effectief onmogelijk toe te passen op vrijwilligers in dat anarchistisch paradijs wat we "het Internet" noemen. Om effectief te kunnen opereren en concurreren dienen programmeurs die goed samenwerkende projecten willen leiden te leren hoe je effectieve interesse-gemeenschappen werft en van energie voorziet op de manier die enigszins wordt gesuggereerd door Kropotkin's "principe van gedeelde inzichten". Ze moeten leren hoe ze de wet van Linus moeten gebruiken.

De "bruikbaarheids functie" die door Linux programmeurs tot het uiterste wordt gevoerd is niet op de klassieke wijze economisch, maar is onontwarbaar verstrikt met de bevrediging van hun ego en hun reputatie bij andere hackers. Dit versterkt van nature daarmee in grote mate de kwaliteit van de software en de innovatiekracht.

Veel mensen (met name degenenen die vrije markten wantrouwen vanuit een politieke visie) zouden verwachten dat een cultuur van op zichzelf gerichte egoïsten gefragmenteerd zou zijn, territoriaal, verspillend, geheimzinning, en vijandig. Maar deze verwachting wordt duidelijk ontkrachtigd door, om maar eens wat te noemen, de verbijsterende variëteit, kwaliteit en diepte van de documentatie van succesvolle Open Source projecten. Het is een geheiligd gegeven dat programmeurs de pest hebben aan documenteren; hoe kan het dan dat de Open Source bouwers er zoveel aan doen? Het is duidelijk dat de vrije "egoboo"-markt vaak veel beter werkt dan de met middelen ondersteunde documentatie-afdelingen van commerciële softwarebouwers.

Open Source is veilig en stabiel

Inmiddels wordt Linux gebruikt waar de systemen stabiel moet draaien. Google, Yahoo, Luchverkeersleiding, banken, overheden, NASA maken internationaal steeds meer gebruik van dit stabiele platform. In Nederland lopen we hierin nogal achter.

Overheid moet op Open Source en Open Standaarden

In het verlengde van deze argumentatie heeft de Tweede Kamer in 2002 de Motie Vendrik aangenomen. Hiermee heeft de Tweede Kamer de Regering opdracht gegeven om er zorg voor te dragen dat de Nederlandse Overheid uiterlijk 2006 zou overgaan tot Open Source en Open Standaarden. In het kader daarvan is door de Nederlandse Overheid onder andere het programma Open Source Open Standaard Software (OSOSS), tegenwoordig Nederland Open in Verbinding (NoiV) opgezet.

Open Source software vaak niet overwogen door achterhaalde criteria

en belangrijk nadeel voor Open Source bedrijven is dat zij niet worden ondersteund met marketing materiaal of acties vanuit de software producent. Dat betekend dat er minder budget beschikbaar is voor marketing- en verkoopactiviteiten.

Open Source is onbekend en daardoor onbemind. Andere criteria moeten op de selectielijst; allemaal factoren waarin gesloten software slecht scoort maar die in de huidige selectietrajecten meestal niet eens worden meegenomen. De reguliere software industrie lijkt ook aardig haar best te doen om deze criteria niet in de selectielijsten op te nemen of te bagataliseren.

  • afhankelijkheid van de leverancier;
  • kosten op lange termijn;
  • hoeveel van de eigen medewerkers werken aan verbetering van de software (suggereert innovatiekracht, terwijl in Open Source de werkelijke 'innovatieafdeling' van de community veel groter is);
  • indirecte kosten zoals beheerskosten van licenties en risico's van BSA-boetes (zijn beide niet van toepassing bij Open Source software);
  • het marketing budget van de softwarebouwer mag geen doorslaggevend criterium meer zijn;
Volg Vicus op Twitter
Bekijk Vicus op Youtube
Wordt Vicus fan op Facebook
Bekijk presentaties van Vicus op Slideshare

Sitemap | Kernwoordenlijst | Vicus eBusiness Solutions bv | Amsterdamseweg 16 | 3812 RS Amersfoort | T: 033 - 461 1196 | sales@vicus.nl
Copyright ©2011 Vicus - VOSBA, Vicus and the Vicus logo are registered trademarks of Vicus - All other trademarks are the property of their respective companies.